Hoofd- en ‘bij’zaken

Ik bewonder insecten! In de zomer besluip ik hommels en bijen in de tuin: wat doen ze, hoe vliegen ze, hoeveel stuifmeel zie ik aan hun pootjes zitten? Onze kersenboom zoemt in mei van de bijen en de hommels. Mijn ouders hebben mij het belang van insecten, m.n. bijen, voor onze voedselvoorziening meegegeven.

Na een paar maanden wikken en wegen ben ik afgelopen september begonnen met een basiscursus bijenhouden. Bij Imkerij Stad&Streek volg ik nu de theorielessen. In maart beginnen de praktijklessen. Ik heb de afgelopen maanden een heleboel geleerd. Ik wist wel iets over honingbijen; over de koningin, de werksters en de darren. Maar hoe ingenieus hun leven een samenspel is, begin ik nu te begrijpen. Bijen leven puur.

Ik probeer van bijen te leren. Ik heb bewondering voor de manier hoe ze hun leven inrichten: doelmatig, perfectie, efficiëntie en hoogwaardig. Al deze ingrediënten, in de juiste verhoudingen op een moment, laten een volk groeien en ontwikkelen. De groei van een bijenvlok is ook afhankelijk van het weer: de temperatuur, de regen, wind, de lengte van de dagen. Want een bijenvolk heeft stuifmeel en nectar nodig om te kunnen groeien en of die in voldoende hoeveelheden beschikbaar is, is afhankelijk van het seizoen en de weersinvloeden.

Toen ik Ouipa begon, had ik het gevoel dat er iets ontbrak in veel organisaties: visie, bevlogenheid, hoogwaardigheid, efficiëntie en erkenning van vakmanschap. Ik zag dat er vicieuze cirkels van problemen waren die organisaties zelf moeilijk konden doorbreken.

Nu, na 10 jaar Ouipa en de imker-blik, zie ik nog beter: te weinig aandacht voor de ontwikkeling van de individuele medewerker. Doen bijen dat wel? Bijen ontwikkelen zich vanuit het larve stadium, waarin ze liefdevol gevoed worden, via verpopping naar een jonge bij. De eerste weken van haar leven blijft zij in de kast waarin zij verschillende taken vervult, o.a. het opruimen van dode bijen en het voeden van larven. Pas de laatste weken van haar leven, mag zij naar buiten om stuifmeel en nectar te halen. Eerst blijven ze dichterbij de kast, maar als de jonge bijen goed kunnen vliegen (sturen, remmen) gaan ze verder weg op pad want verder weg betekent ook meer risico.

Het is noodzakelijk dat medewerkers zich vergelijkbaar zouden mogen ontwikkelen. Dat ze, voordat zij een nieuwe taak of rol krijgen, eerst in (een aantal) eenvoudiger taken of rollen mogen leren; je (samen) mag ontdekken waarin je kan excelleren. Dat je mag leren van collega’s die het al goed kunnen en veel ervaring hebben, dat die collega’s ook hun kennis (willen) delen, dat je kunt sparren zodat je door samenwerking ook van elkaar leert en een optimaal resultaat kan behalen. Tijdens opleidingen is dit redelijk gewaarborgd, maar na je diploma begint je vakinhoudelijke ontwikkeling pas, terwijl je in de praktijk al direct als volleerd moet meedraaien. Je hele leven je vakmanschap ontwikkelen en dat de organisatie waar je voor werkt in de missie, visie, sturing en de organisatie van processen, dit waarborgt. Dat zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn.

Het belang van ontwikkeling van vakmanschap is enorm, maar niet altijd goed zichtbaar voor wie het niet kent. Het vergt tijd, aandacht en volhouden. Tijd die veel organisaties zich niet gunnen. Tijd is nodig omdat het seizoen niet altijd meezit. De juiste mensen op de juiste plek die de juiste dingen op de juiste manier doen (en op het juiste moment). We kunnen nog veel van bijen leren.

04-02-2016 | 

Comments are closed.

Ouipa

's-Hertogenbosch

06 20 84 43 74

info@Ouipa.nl

 Ouipa op Twitter

© 2017 Ouipa