Sinds gisteren is er weer oranje-koorts in Nederland. Ik stond met verbazing te kijken naar onze dochter die voor de eerste keer door de koorts bevangen werd. Met de klas zouden de kinderen die dag aangepast les krijgen: alles lessen zouden qua thema “Zuid-Afrika” hebben en aan het einde van de dag konden ze de eerste helft op school kijken. Oranje geklede kinderen en ouders verschenen op school. Het leek op carnaval zo kleurrijk als het was. Ik ben aan het werk gegaan en heb de kinderen ‘smiddags opgehaald. Ik keek even de klas in en daar zat mijn dochter en ze had haar gezicht op “groot onweer” staan. Ze was boos en verdrietig en ze wilde er niet meer over praten met juf of met mij. Samen liepen we naar huis en thuis kwam de aap beetje bij beetje uit de mouw. Door een opeenstapeling van kleine irritaties en overtredingen was de emmer bij juf en mijn dochter volgelopen. Mijn dochter wist niet goed wat te doen, had haar kont tegen de krib gegooid en had zich vervolgens helemaal aan het feestelijke gebeuren onttrokken.
Het was een opeenstapeling van foutjes in de communicatie: duidelijk zeggen wat je verwacht en daar tegenover vragen stellen als niet duidelijk is wat er van je verwacht wordt.
Wat zich in dat kleine mens afspeelde, kan ook bij grote mensen afspelen. Grote mensen op de werkvloer, grote mensen in een (management)team. Ik zag bij mijn dochter in het klein, wat ik bij klanten in het groot tegenkom: frustratie, boosheid en het gevoel grip te verliezen omdat je het gevoel hebt dat anderen niet doen wat je van hen verwacht. Of omdat je het gevoel hebt dat er nooit naar je geluisterd wordt. Hoe dat aan te pakken?
De juf maakte een goede eerste stap door een time-out in te lassen. Ze zei dat ze er graag een dag later bij mijn dochter op wilde terugkomen. Door de time-out haal je de druk weg, kan je emoties de vrije loop laten zonder dat je dingen zegt die je eigenlijk niet meent. In het gesprek dat dan alsnog volgt moet je beiden nagaan wie wat gezegd heeft en wat voor een indruk dat achterliet: hoe had je last van wat de ander zei? wat deed je toen? En als het hele scenario is nagelopen en alles voor beide partijen duidelijk is, moet de ene concrete vraag gesteld worden: hoe kunnen we het de volgende keer beter doen? Wat kan ik doen? Wat kan jij doen? Kunnen we iets samendoen?
Verwachtingen uitspreken is essentieel in het leidinggeven aan groepen. Verwachtingen concreet maken door je in de ander te verplaatsen kan zinvol zijn. Dat betekent dat je de ander goed moet kennen: hoe werken zij, hoe luisteren zij, wat willen ze horen. Maar ook: wat wil ik dat zij doen? Te zeggen “dat je er met z’n allen voor gaat” is bijvoorbeeld niet concreet. Wat wil je bereiken samen met de ander? Wanneer wil je dat bereikt hebben en op welke manier?
Wrijvingen en spanning die ontstaan vanuit onvoldoende verwachtingsmanagement zijn vooral in het begin, niet altijd even gemakkelijk zichtbaar. De werksfeer op de (werk)vloer gaat eronder leiden, mensen vormen groepjes en eilandjes, mensen roddelen. Of, zoals bij mijn dochter gebeurde, mensen trekken zich terug en sluiten zich af. Dan is er vooral sprake van eenrichtingsverkeer en dus geen communicatie. Uw grip en dat van de ander, als zand tussen uw vingers.
Het kan dus zinvol zijn om eens kritisch te kijken naar hoe u boodschappen naar een ander of naar uw team formuleert: wat wilt u met hen bereiken, op welke manier en wanneer wilt u samen dat doel bereikt hebben? Luister goed naar de vragen van de ander: welke informatie hebben zij nodig?
Nog een tip als u daar aan toe bent: weet u voldoende over wat er leeft binnen uw organisatie/team? Hoe ervaren mensen het werk, zijn ze trots op hun werk, weten ze veel en kunnen ze gebruik maken van hun kennis, hoe denken ze over u als collega of leidinggevende, hoe denken ze over de organisatie en het product?
Overigens had mijn dochter vanmorgen een heel duidelijk beeld van hoe zij het zelf nu ging aanpakken: “ik wil met de juf op een stil plekje zitten en zeggen dat ik het echt anders begrepen had, dat ik niet goed wist wat ik moest doen. Ik had tegen D. moeten zeggen wat de afspraak was, maar ik wilde niet dat hij boos op mij werd. De volgende keer moet ik vragen als ik niet weet wat de juf van mij wil” Ik was trots!
Succes en laat me weten welke stappen u hebt ondernomen!
15-06-2010 |
Tweeten
Reageer